Hannes Minnaar.
Foto: Marco Borggreve

 PROGRAMMA 22 APRIL 2018 MET TOELICHTINGEN

  1. Franz Schubert (1797-1828): Pianosonate in A, D664 (1819)

                 I    Allegro moderato

                II   Andante

                III  Allegro

Deze sonate bestaat uit drie delen. Schubert componeerde dit werk in 1819, in dezelfde tijd als het Forellenkwintet. Hij schreef deze sonate voor Josephine von Koller, tijdens zijn verblijf in Steyr. Josephine zong en speelde piano tijdens de talrijke Schubertiades in Steyr. De componist had een oogje op haar en schreef in een brief aan zijn broer dat zij ‘erg mooi’ was… Net zoals het Forellenkwintet is deze pianosonate gevuld met ‘openhartige’, zangerige lyriek. Het karakter van het werk is meteen duidelijk in het  eerste deel: aantrekkelijke melodieën volgen elkaar op zonder al te veel structuur. Het korte Andante is lyrisch van toon. Het derde deel is één van Schuberts meest relaxte en vrolijke finales. De liefde deed hem hoorbaar goed…

  1. César Franck (1822-1890): Prélude, Aria et Final, voor piano solo (1886-1887)

Dit werk wordt niet zo vaak gespeeld, maar verdient zeker de aandacht van  muziekliefhebbers. De ‘Prélude’ ontwikkelt zich als een koraalthema. De ‘Aria’ bestaat uit variaties op een lied-achtig thema en leidt naar een grootse finale. Franck gebruikt  de cyclische vorm waarin motieven uit de ‘Aria’ en de ‘Prélude’ terugkeren in de ‘Final’ en steeds in een iets andere gedaante herhaald worden. Het is een pianowerk met een orgelachtige benadering, vol rijke harmonieën. Er zijn echo’s van Bach en Liszt te horen.

 

PAUZE

  1. Gabriel Fauré (1845-1924): Negen Preludes, Opus 103 (1910-1911)

Nr. 1: Andante molto moderato
Nr. 2: Allegro
Nr. 3: Andante
Nr. 4: Allegretto moderato
Nr. 5: Allegro
Nr. 6: Andante
Nr. 7: Andante moderato
Nr. 8: Allegro
Nr. 9: Adagio

Hannes Minnaar: “In de Negen Preludes die Fauré in de jaren 1910 en 1911 componeert klinken melancholie en tragiek door. De toenemende doofheid van de componist zal daarin zeker een rol gespeeld hebben. Duidelijk waarneembaar is dat de componist in deze sobere, soms sombere preludes de hoge en lage tonen vermijdt: hij kon ze niet meer horen. De karakters van nocturne (nummer 1 en nummer 7) en barcarolle (nummers 3 en 4) duiken op. Andere preludes zijn meer etude-achtig van aard (zoals de vlinderende nummer 2 en nummer 8 met zijn speelse repeterende noten). De onstuimige prelude nummer 5 besluit onverwacht met een rustig, strikt vierstemmig coda in de dorische kerktoonsoort. Contrapuntisch zijn de eenzame nummer 9 (“zo absoluut eenvoudig, dat we zelfs niet kunnen hopen de grote emotionele kracht ooit te verklaren” , aldus Aaron Copland) en ook nummer 6 – een vrijwel perfecte canon, die zich volgens Copland laat meten met het beste uit Das Wohltemperierte Klavier van Bach. Met die associatie zat hij er niet ver naast: vroege drukken tonen aan dat er aanvankelijk een groter aantal preludes gepland was – wellicht was het oorspronkelijke idee er net als Bach in elke toonsoort één te componeren”.

 

  1. Johannes Brahms (1833-1897): Variaties & Fuga op een thema van Händel, Opus 24 (1861)

 

* Thema. * Variaties  1 t/m 25. * Fuga

Halfweg de negentiende eeuw genoten Schumann en zijn vrouw Clara, die virtuoos pianiste was, groot aanzien en respect onder muzikale vakgenoten. Het was daarom niet meer dan natuurlijk dat de jonge Brahms de goedkeuring zou zoeken van het stel. Hun eerste ontmoeting was in 1853 en de Schumanns waren verbijsterd door wat ze zagen en hoorden: “Plotseling is er één man verschenen die is uitverkoren om de ideale expressie te geven aan wat er leeft in onze tijd. Zijn naam is Johannes Brahms”. De grootste set van pianovariaties die gecomponeerd zijn door Brahms is die op een thema van Händel, geschreven in 1861. Het stuk  culmineert in een monumentale fuga. Terwijl de wereld waarin Brahms leefde snel veranderde – de Industriële Revolutie was in volle gang – handhaafde hij hoge Romantische idealen in zijn muziek.             

**********************************************************************************************************************************************************************

Hannes Minnaar.
Foto: Marco Borggreve

HANNES MINNAAR: GOUDEERLIJK PIANOSPEL MET EEN ONTROERENDE DIEPGANG

Mensen worden bij Hannes Minnaar niet zozeer overdonderd door pianistische acrobatiek en muzikale bravoure, maar ontroerd door de diepgang van zijn spel. Iets dat hij heeft bereikt door een combinatie van zeldzaam talent, hard werken en een opmerkelijk kritische geest.

Wat beschouwt hij, afgezien van talent, als belangrijkste voorwaarde voor een grote carrière?

“Ik denk daar niet vaak over na. Het is een heel zwaar vak, daar moet je tegen bestand zijn. Door schade en schande wordt men wijs. Soms moet je risico’s durven nemen. Ik ben over het algemeen een bedachtzaam iemand, maar op het moment dat je je misslagen gaat tellen, ben je niet goed bezig. Ik houd van het experiment en ben vooral bang te veel op safe te gaan spelen. Voor mij vormen oude meesters een onuitputtelijke inspiratiebron. De opnamen van Alfred Cortot en Wilhelm Kempff, ik smul ervan en bewonder ze zeer. De ‘eerlijkheid in de klank’, daar werk ik dag en nacht aan.”

BIOGRAFIE

Hannes Minnaar is in 1984 geboren te Goes. Hij maakt momenteel een stormachtige carrière door en is een van Nederlands meest succesvolle pianisten. Hij sloot zijn studie bij Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam af met een ‘10 met Onderscheiding’ en volgde daarna lessen bij o.a. Alfred Brendel, Menahem Pressler en Ferenc Rados. Tegelijkertijd studeerde hij orgel bij Jacques van Oortmerssen.

Als prijswinnaar van internationale concoursen in Genève (Concours de Genève, tweede prijs, 2008) en Brussel (Koningin Elisabeth Wedstrijd, derde prijs, 2010) wist hij internationaal de aandacht op zich te vestigen. De Borletti-Buitoni Trust kende hem in 2011 een van hun prestigieuze beurzen toe.

In 2016 ontving hij als derde pianist ooit de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs.

Hannes Minnaar soleerde bij vele orkesten, waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest en het Nationaal Orkest van België, onder dirigenten als Marin Alsop, Herbert Blomstedt, Frans Brüggen, Eliahu Inbal en Edo de Waart. Hij geeft recitals in heel Europa en daarbuiten. Zo trad hij op in het Concertgebouw (Amsterdam), Gewandhaus (Leipzig) en Musashino Hall (Tokio) en was hij te gast bij pianofestivals in Bordeaux en Guangzhou.

Ook als kamermusicus is Minnaar actief. Met zijn Van Baerle Trio won hij prijzen op concoursen te Lyon (CIMCL, eerste prijs, 2011) en München (ARD, tweede prijs, 2013). In 2014 traden zij in de serie “Rising Stars” op in de meest toonaangevende zalen van Europa, waaronder de Musikverein (Wenen) en Cité de la Musique (Parijs). Daarnaast werkte Minnaar samen met musici als Janine Jansen, Isabelle van Keulen en Mischa Maisky.

De drie solo-CDs die Minnaar tot dusver uitbracht werden met enthousiasme ontvangen. Zijn debuut-CD werd bekroond met een Edison en was aanleiding voor een paginavullend artikel in The Gramophone. Hetzelfde blad schreef over de in 2013 verschenen CD “Bach Inspirations”: “After Minnaar’s debut disc, this makes two hits in a row”. BBC Music Magazine waardeerde het album met 5 sterren en selecteerde het als “Instrumental Choice of the Month”. En over zijn derde CD met uitsluitend werken van Fauré schreef muziekjournalist Erik Voermans in Het Parool: “Allemachtig wat mooi. Minnaar is de gedroomde pianist voor Fauré”.