Meer informatie – November 2018

30 JAAR OSIRIS TRIO

Datum: 18 november 2018

Aanvangstijd: 14.30 uur (zaal open om 14.00 uur)

Locatie: De Schutse, Uithoorn

 

PROGRAMMA

 

1) Joseph Haydn (1732-1809): Trio in C. gr. t. (Hoboken XV: 27)

– 1. Allegro

– 2. Andante

– 3. Presto

Toelichting

Van alle ‘onbekende’ muziek van Haydn zijn de pianotrio’s ongetwijfeld de meest waardevolle en kwalitatief de beste werken. Hij schreef zijn laatste 22 pianotrio’s voor het Hammerklavier (fortepiano). Het klavier bleef – met zijn grotere bereik en warmere timbre ten opzichte van het klavecimbel – de primus inter pares, maar de viool krijgt al een veel onafhankelijker rol. De cello blijft toch ook bij de rijpe Haydn-trio’s een ondergeschikte rol vervullen als verdubbeling van de linkerhand van het klavier. Het duurde tot de pianotrio’s Opus 1 van Beethoven, voordat ook de cello werd geëmancipeerd. Beethoven heeft overigens veel aan Haydn te danken, ondanks zijn beruchte norse opmerking: “Ik heb van Haydn niets geleerd!”. Peter Brunt noemt dit Trio “een heel verrassend werk, dat niet zo vaak gespeeld wordt”.

2) Bohuslav Martinu (1890-1959): Piano Trio nr. 3 in C. gr. t., H. 332 (1951)

– 1. Allegro moderato

– 2. Andante

– 3. Allegro

Toelichting
Martinu is een Tsjechische (Boheemse) componist die allerlei invloeden in zich opnam en daar zijn eigen specifieke Martinu-stempel op drukte: de klassieke vormen en de Boheemse volksmuziek zoals bij Dvorak, de impressionistische en harmonische taal van Debussy en de ritmische vernieuwingen van Stravinsky. Tot in de twintiger jaren woonde en werkte hij in Praag, waarna hij in 1923 naar Frankrijk vertrok. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog moest hij in 1940 als ‘entartete Musiker’ uitwijken naar Amerika. Hij heeft zich daar nooit thuis gevoeld. Vanaf 1945 leefde hij als rusteloze en ontheemde reiziger afwisselend in de Oude en de Nieuwe wereld, na 1953 voornamelijk in West-Europa.

Hij schreef meer dan 200 concertante en kamermuziek werken, waarvan maar liefst tien voor trio’s in verschillende samenstellingen. De Parijse muziekuitgever Max Eschig noemde Martinu’s derde pianotrio ‘Grand Trio’. Het is opgedragen aan Leopold Damrosch Mannes, vermaard pianist, componist en docent, en werd voor het eerst uitgevoerd op 25 februari 1952 door het beroemde Mannes Trio (1948-1955).

– PAUZE –

3) Oene van Geel (1973): ‘Aknaton’ (2013) – opdrachtwerk Osiris Trio

Toelichting.
Oene van Geel staat bekend als een muzikale avonturier. Hij is een improvisatiespecialist op de altviool en gebruikt hierbij vele onorthodoxe speeltechnieken.  Zijn grote interesse heeft het speelveld tussen jazz, kamermuziek, pop en wereldmuziek. Groepen waarin hij speelt zijn: Zapp 4, Estafest, The Nordanians en allerlei bezettingen met gitarist Eric Vaarzon Morel.
Als instrumentalist won hij vele prijzen waaronder: de Deloitte Jazz Award (2002), De Jur Naessens Muziek Prijs (2000), Kersjes Prijs (2005). De laatste jaren is Oene steeds actiever als componist. Zo schreef hij o.a. voor: Amsterdam Sinfonietta, De Amsterdamse Cello Biënnale (2008), het Matangi Quartet, Calefax en het Osiris Trio.

Over het stuk ‘Aknaton’ vertelt hij zelf het volgende: “Met ‘Aknaton’ wilde ik een contrastrijk triostuk schrijven waarbij viool, cello en piano een gelijkwaardige rol hebben. De grote verbindende factor in alle delen is dat ik toonreeksen van de Russische componist Nicolas Slonimsky, uit zijn ‘Thesaurus of Scales en Melodic Patterns’, heb ingezet.

In het 1e deel zijn er daarnaast twee belangrijke invloeden: de muziek van de Britse popband Radiohead (daar luisterde ik in die tijd veel naar) en traditionele (Japanse) Koto muziek.

Het 2e deel, voor viool en piano, heeft een meer Frans-impressionistische inslag. Wie de partituur ziet, zal zien dat dit deel nagenoeg in het midden spiegelt. De ritmische versnellingen in het middendeel zijn geïnspireerd op de verschillende snelheden waarmee water in een bergbeek kan stromen.

Deel 2.5, voor cello solo, heeft een langzame melodische introductie uit de Indiase muziek als uitgangspunt. De toonreeksen lopen in andere afstanden dan het octaaf waardoor de tonaliteit steeds verder weg muteert.

Deel 3 is een woestere dansvorm waarin dance, ritmes uit de Bulgaarse folklore en Indiase ritmiek om voorrang strijden. De piano krijgt ruimte voor verstilling in het middengedeelte waarna wordt doorgebouwd naar muterende ritmische riffs uit de Math Metal. Dat kan niet anders dan exploderen, waarna een dromerige afbouw (zeer verwant aan het 1e deel) het stuk tot een introspectief einde brengt”.

4) Antonin Dvorak (1841-1904): Dumky-Trio opus 90

– 1) Lento maestoso – Allegro – Lento maestoso – Allegro molto

– 2) Poco adagio – Vivace non troppo – Poco adagio – Vivace

– 3) Andante – Vivace non troppo – Andante – Allegretto

– 4) Andante moderato – Allegretto scherzando – Moderato

– 5) Allegro – Meno mosso – Più mosso (Allegro)

– 6) Lento maestoso – Vivace – Lento-vivace

Toelichting.
De bijnaam van Dvorak’s Pianotrio opus 90 ‘Dumky’ is afkomstig van de Oekraïense dumka, een melancholiek klaaglied in A-B-A vorm (langzaam-snel-langzaam). Eerder al gebruikte Dvorak de dumka als ingrediënt in enkele van zijn Slavische Dansen en in een paar kamermuziekwerken, zoals het Pianokwintet in A. Met dit Pianotrio opus 90 waagde hij zich echter aan een bijzonder experiment met de muzikale vorm: geen traditionele pianotrio-praktijk met sonate- en rondovormen zoals we kennen van Haydn tot Brahms, maar een soort kettingstructuur met zes delen, zes dumka’s. Dat Dvorak die toch tot een organisch geheel met een duidelijke opbouw weet te smeden blijkt uit de toonsoortenplanning en uit de aansluiting van de delen.

De eerste drie dumka’s (e-klein, cis-klein en A-groot) sluiten zonder onderbreking bij elkaar aan (attacca) en vormen als het ware een eerste blok. De overige drie delen (d-klein, Es-groot en c-klein) worden gescheiden door rusten en korte of lange fermates.

De elegische vierde dumka vormt een soort langzaam deel en eindigt met een lange pauze,

de wervelende vijfde is een soort scherzo en de rondo-achtige laatste knoopt qua sfeer weer aan bij het eerste deel. Door deze rapsodische maar toch heldere opzet heerst er een veelvoud aan contrasten en een voortdurende afwisseling van elegie en uitgelatenheid (tekst van Clemens Romijn).

Het Osiris Trio zegt zelf over het Dumky-Trio: “Van meet af aan was het ons dierbaar. Het begeleidde ons op talloze tournee’s  in eigen land en daarbuiten, en, zoals het gaat met goed gezelschap, het wist ons telkens opnieuw te boeien, te verrassen en speelplezier te bieden”.

BIOGRAFIE

 Osiris Trio 
In 1988 sloegen drie veelbelovende jonge solisten met een intense passie voor het spelen van kamermuziek de handen ineen om het Osiris Trio te vormen. In de eerste jaren kreeg het trio les van meesters als György Kurtág, Norbert Brainin, Viktor Liberman, István Párkányi, Naum Grubert en Herman Krebbers. Het pianotrio wist zich al snel te positioneren als een toonaangevend Nederlands ensemble door in rap tempo zowel de Nederlandse Philip Morris Finest Selection Award als de prestigieuze Kersjesprijs in de wacht te slepen. In 1997 deed het trio op uitnodiging van het Amsterdamse Concertgebouw mee aan de serie Rising Stars, en met concerten op belangrijke Europese podia en Carnegie Hall (New York) was dit het startpunt voor hun internationale carrière.

Het Osiris Trio onderscheidt zich door gedegen vakmanschap dat voortvloeit uit ruim 25 jaar toegewijd samenspel. In zijn uitvoeringen van de klassiekers van Haydn tot Sjostakovitsj weet het een fraaie balans te vinden tussen interpretatieve diepgang en onbevangen inspiratie. Daarnaast legt het zich toe op uitbreiding en vernieuwing van het trio-repertoire, wat tot uiting komt in avontuurlijke programmeringen met regelmatig ook nieuwe opdrachtwerken. Bij gelegenheid worden extra spelers uitgenodigd om kamermuziek voor een ruimere bezetting te kunnen uitvoeren. Het trio richt zich ook op nieuw en jong publiek door voor kinderen zijn repertoire te presenteren in de vorm van intrigerende theaterproducties.

In de afgelopen jaren trad het Osiris Trio op met orkesten als het Residentie Orkest, Amsterdam Sinfonietta, het Cape Town Philharmonic Orchestra, het Orkest van het Oosten en het Nederlands Kamerorkest, onder dirigenten als Philippe Entremont, Lev Markiz en Lucas Vis.

Het trio was op vijf continenten te horen, met tournees naar onder meer de Verenigde Staten en Canada, concerten in heel Europa, en recentelijk een uitgebreide tournee naar China. Het was te horen in grote concertzalen als Carnegie Hal en The Frick Collection in New York, in Princeton, de Londense Wigmore Hall, de Kölner Philharmonie, het Concertgebouw, het Konzerthaus Wien en Stockholms Konserthuset. Tweemaal werd het ensemble uitgenodigd om Koningin Beatrix te vergezellen bij een officieel staatsbezoek. De uitgebreide discografie omvat twee eeuwen trio-repertoire, met zeer goed ontvangen registraties van zowel klassieke als in opdracht geschreven nieuwe werken.

Het ensemble was te horen op het Delft Chamber Music Festival en festivals in Rheingau en Kreut. Ook is het regelmatig te gast bij het Orlando Festival in Limburg, waar het elk jaar kamermuziek uitvoert en ensembles coacht. Wat de leden gemeen hebben is een sterke gedrevenheid om hun verfijnd vakmanschap door te geven aan een nieuwe generatie trio-spelers. Alle drie zijn ze als hoofdvakdocent verbonden aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, en gedrieën verzorgen zij bovendien het masterhoofdvak pianotrio aan de conservatoria van Den Haag en Amsterdam. Ook worden ze regelmatig door conservatoria wereldwijd uitgenodigd om trio’s te coachen en gaven zij masterclasses in Nanjing, Shenzhen, Jakarta, Los Angeles, Verona, Istanbul, Barcelona en Riga.

Osiris Trio. Fotograaf: Marco Borggreve

Peter Brunt- viool
Peter Brunt studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Davina van Wely en Herman Krebbers en vervolgde zijn studie bij Dorothy Delay aan de Juilliard School in New York en Sándor Végh in Salzburg. In 1981 won hij het Nationaal Vioolconcours en in de daarop volgende jaren werd hij ook op internationale concoursen onderscheiden.

Peter Brunt trad op als solist met orkesten als het Residentie Orkest, het Nederlands Filharmonisch Orkest en Amsterdam Sinfonietta. Willem Jeths schreef voor hem zijn vioolconcert Glenz, dat Peter met Amsterdam Sinfonietta en dirgent Lev Markiz op cd zette. Ook heeft hij zijn sporen in de rijke Nederlandse ensemblewereld verdiend, door o.m. samenwerkingen met Asko|Schönberg en het Nieuw Ensemble.

Van 1984 tot 1987 was hij als tweede violist verbonden aan het Koninklijk Concertgebouworkest, een baan die hij opgaf om zich aan het internationaal florerende Osiris Trio te kunnen wijden. Niettemin was hij in de afgelopen jaren regelmatig actief als gastconcertmeester bij het Basel Kammerorchester, Rotterdams Filharmonisch Orkest, Nederlands Kamerorkest, Amsterdam Sinfonietta en de Nieuwe Filharmonie Utrecht.

Als mede-oprichter van het vermaarde Osiris Trio trad Peter Brunt op in prestigieuze concertzalen als Carnegie Hall, het Wiener Konzerthaus, de Kölner Philharmonie en de Wigmore Hall. Ook nam hij met het trio talrijke cd’s op met repertoire variërend van Haydn tot voor het trio geschreven nieuwe werken. Met Wiek Hijmans op elektrische gitaar vormt hij al jaren een duo dat zich richt op improvisatie en crossover-repertoire.

Peter Brunt is als hoofdvakdocent viool verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam en geeft het masterhoofdvak pianotrio aan de conservatoria van Amsterdam en Den Haag. Tevens geeft hij les aan de Hochschule Luzern in Zwisterland.

Peter Brunt. Fotograaf: Marco Borggreve

Larissa Groeneveld- cello
‘Larissa Groeneveld, onthoud die naam’, schreef het Franse dagblad Le Figaro in 1995.

In 1990 sloot Larissa Groeneveld met de hoogste onderscheiding haar opleiding af aan het Conservatorium van Amsterdam, waar zij studeerde bij Dmitri Ferschtman. Zij zette haar studie voort bij Natalia Gutman aan de Musikhochschule Stuttgart en volgde masterclasses bij Mstislav Rostropovitsj, Daniel Shafran en Yo-Yo Ma.

In 1988 maakte zij haar solodebuut in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw met het Tripelconcert van Beethoven. Als soliste trad zij aan bij het Nederlands Philharmonisch Orkest, de Stuttgarter Philharmoniker, de Berliner Symfoniker en het St. John’s Smith Square Orchestra. In 2005 voerde zij het celloconcert van Friedrich Gulda uit met leden van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Naast haar solocarrière heeft Larissa door de jaren heen ensembles gevormd met pianist Frank van de Laar en harpiste Gwyneth Wentink en maakt zij al ruim een kwart eeuw deel uit van het Osiris Piano Trio. Zij gaf concerten samen met Giora Feidman, Natalia Gutman, Herman Krebbers, Reinbert de Leeuw en Giovanni Sollima.

Met het Osiris Trio – waar zij sinds de oprichting deel van uitmaakt – speelde Larissa op prestigieuze concertpodia als Carnegie Hall, het Wiener Konzerthaus, de Kölner Philharmonie en Wigmore Hall. Als soliste en kamermusicus kan zij bogen op een uitgebreide discografie, die met zowel het vroeg-klassieke repertoire als nieuwe opdrachtwerken vier eeuwen omspant.

Larissa is een gedreven pleitbezorgster van hedendaagse muziek. Veel bekende Nederlandse componisten hebben werk voor haar geschreven, onder wie Theo Loevendie, Theo Verbey en Guus Janssen, die voor haar en Ernst Reijseger een dubbelconcert schreef. Op de Cello Biënnale Amsterdam van 2010 speelde zij de wereldpremière van Bandersnatch van Theo Verbey voor cello en pianola. Tijdens de Biënnale van 2012 bracht zij Words and Song Without Words in première van Yannis Kyriakides, die in 2014 met dit werk de winnaar was van het International Rostrum of Composers.

Als bevlogen docent is Larissa verbonden aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar ze zowel cello als kamermuziek doceert. Daarnaast geeft ze het masterhoofdvak pianotrio aan het Conservatorium van Amsterdam en coacht ze jong talent van de AMT (Academie Muzikaal Talent) in Utrecht. Larissa Groeneveld speelt op een cello van Domenico Busan (Venetië, 1763).

Larissa Groeneveld. Fotograaf: Marco Borggreve


Ellen Corver- piano
Ellen Corver studeerde bij Else Krijgsman en Naum Grubert aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Op haar zeventiende leerde ze Karlheinz Stockhausen kennen. Ze ging met hem samenwerken en voerde werk van hem uit op internationale festivals als het Festival d’Automne, de Salzburger Festspiele en het Holland Festival. Deze samenwerking resulteerde in de eerste volledige registratie van zijn veertien Klavierstücke voor piano solo, uitgebracht op het eigen platenlabel van de componist.

Niet alleen is Ellen Corver bekend geworden door haar uitvoeringen van de werken van Debussy, Ravel, Brahms, Beethoven en Haydn, maar ze heeft ook naam gemaakt als vooraanstaand vertolkster van hedendaagse muziek. Zo voerde ze pianoconcerten uit van John Cage, György Ligeti en György Kurtág. Klaas de Vries en Theo Verbey schreven beiden een pianoconcert voor haar. Ellen is ervan overtuigd dat de intensieve samenwerking met al deze componisten van beslissende invloed is geweest op haar vorming als pianiste. In haar beleving verandert het directe contact met levende componisten ook de houding van waaruit je het werk van de grote meesters uit het verleden interpreteert.

Als soliste trad Ellen Corver op met het Koninklijk Concertgebouworkest, het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en Asko|Schönberg,  onder dirigenten als Jonathan Nott, Markus Stenz, Ed Spanjaard, Jaap van Zweden, Peter Eötvös en Mariss Jansons.

In 1988 was Ellen mede-oprichtster van het Osiris Piano Trio. Met dit ensemble deed zij vijf continenten aan met meer dan tachtig pianotrio’s van uiteenlopende componisten op het repertoire. Gedreven door muzikale nieuwsgierigheid heeft Ellen hedendaagse componisten zo’n twintig nieuwe opdrachtwerken speciaal voor het Osiris Trio laten schrijven.

Zij heeft vijftien cd’s opgenomen, waarvan vele lovende kritieken kregen. Haar registratie van Mantra van Stockhausen (uitgevoerd met haar pianoduo-partner Sepp Grotenhuis) werd bekroond met een Edison. Haar passie voor kamermuziek was de inspiratie voor vele samenwerkingen met een keur van musici, onder wie sopraan Charlotte Riedijk en klarinettist Lars Wouters van den Oudenweijer. Met mezzosopraan Gerrie de Vries heeft Ellen op het gebied van muziektheater de krachten gebundeld.

Sinds 1994 is Ellen als hoofdvakdocent piano verbonden aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en zij wordt vaak uitgenodigd voor het geven van internationale masterclasses. Als lid van het Osiris Trio is zij bovendien docent aan de masteropleidingen pianotrio van het Koninklijk Conservatorium Den Haag en het Conservatorium van Amsterdam.

Ellen Corver. Fotograaf: Marco Borggreve

Dit artikel delen: