Datum: 15 maart 2020
Aanvang: 14.30 uur (deuren van de zaal gaan om 14.00 uur open)
Locatie: De Schutse, Uithoorn

Hans Boland (voordrachtskunstenaar) en Oleg Lysenko (accordeon)

De sneeuwstorm (Alexandr Poesjkin)

Oleg Lysenko en Hans Boland presenteren: DE SNEEUWSTORM van ALEXANDR POESJKIN.

Het is 1812, Napoleon staat op het punt Rusland binnen te vallen. Zonder enige notie van het dreigende gevaar zijn Masja, een lief meisje van zeventien, en Vladimir, een jonge vaandrig met verlof, wanhopig verliefd. Een huwelijk zit er niet in, want zij is rijk en hij arm. Zij besluiten stiekem te trouwen en ervandoor te gaan. Een sneeuwstorm gooit roet in het eten…

Alexandr Poesjkin (1799-1837) is zonder meer de primus inter pares van de grote Russische klassieke schrijvers. Hij wordt tot op de dag van vandaag massaal door alle Russen in de leeftijd van vier tot over de honderd op handen gedragen. Poesjkin is met geen enkele van zijn collega’s te vergelijken, sterker nog, zowel met zijn werk als met zijn persoon vormt hij een verbluffend contrast met de groten na hem: Gogol, Toergenjev, Dostojevski, Tolstoi en Tsjechov. Bij hen zoeken wij als niet-Russen naarstig naar de Russische ziel, bij Poesjkin niet, of veel minder. Poesjkin lijkt de lichtvoetigheid zelve en wordt niet voor niets altijd en eeuwig vergeleken met Mozart. Zijn stijl is puntig en bondig. Zijn geest is doortrokken van westerse waarden: vrijheid van het individu, onafhankelijk denken, democratische idealen. Hoewel Poesjkin hoofdzakelijk poëzie schreef, is hij ook in zijn proza onovertroffen. De combinatie van vaart, spanning en humor zorgt voor een vertellerskunst die haar gelijke niet kent. Maar wat Poesjkin vooral zo bijzonder maakt is het diepe menselijke gevoel, zonder enige sentimentaliteit maar ook zonder enige reserve, dat uit al zijn werk spreekt.

In een duo-voorstelling van een uur brengen Hans Boland en Oleg Lysenko Poesjkins magnifieke korte verhaal ‘De sneeuwstorm’. Boland heeft het complete verzamelde werk van Poesjkin vertaald, waarvoor hij in 2015 werd onderscheiden met de Martinus Nijhoff Prijs, de belangrijkste onderscheiding voor literair vertalers; ook geldt hij als een zeer bekwaam voordrachtskunstenaar. Lysenko is een virtuoos accordeonist (conservatoria van Kyïv en Rotterdam) en heeft een voorliefde voor discipline-overschrijdende projecten waarin literatuur en muziek elkaar aanvullen en in elkaar overvloeien; voor ‘De sneeuwstorm’ heeft hij zich vooral laten inspireren door de ‘muzikale illustraties’ die de bekende componist Georgi Sviridov (1915-1998) in 1975 bij Poesjkins verhaal schreef. Oleg speelt eigen transcripties van ‘De sneeuwstorm’- suite op de bayan.

BIOGRAFIE

Oleg Lysenko (1974,Oekraïne) volgde zijn opleiding aan het muziekcollege van Poltava, waarna hij een beurs won voor de vermaarde Tchaikovsky Nationale Muziek Academie in Kiev.

Na zijn afstuderen in 1999, bracht Oleg zijn eerste CD ‘Awakening’ uit en zette hij zijn studie voort aan de Messiaen Academie in Nederland. Vervolgens specialiseerde hij zich in Argentijnse tango op bayan en bandoneon aan het Rotterdamse Conservatorium. In de categorie “Ensemble” won hij met medestudenten de derde prijs op de Internationale Accordeon Competitie (IAC) in Castelfidardo, Italië. Twee jaar later nam Oleg als solist opnieuw deel aan de IAC en won de eerste prijs met zijn vertolking van een werk van Victor Vlasov: “Vijf gezichten op het land van de Goelag archipel”, tevens het titelstuk van zijn in 2012 verschenen CD.

Oleg heeft o.a. gespeeld met het Rotterdams Philharmonisch Orkest, samen met de Russische bariton Dmitry Hvorostovsky. Hij trad op in de Spiegelzaal van het Concertgebouw voor de AVRO op radio 4 en bij het VPRO televisieprogramma Vrije Geluiden. Oleg heeft een voorliefde voor genre-overschrijdende projecten waarbij beeldende kunst, literatuur en muziek elkaar aanvullen en in elkaar overvloeien. Recent trad hij onder meer op met schrijver en beeldend kunstenaar Armando, beeldhouwer en tekenaar Koenraad Tinel en met de schrijvers Stefan Brijs en Stefan Hertmans en  met de vertaler Hans Boland en de journalist/schrijver Peter d’Hamecourt.

INTERVIEW MET HANS BOLAND, de man die Vladimir Poetin trotseerde

Tekst: Nell Westerlaken, De Volkskrant december 2014

In het jaar dat Vladimir Poetin de wereld trotseerde, trotseerde Hans Boland Poetin. De slavist en vertaler weigerde de prestigieuze Medaille van Poesjkin. Moskou kotste hem daarna uit.

‘De lijnen zijn nog altijd kort in Rusland, net als in de tijd van de tsaar. Dus als Poetin zegt: die meneer Boland moet worden aangepakt, dan wórdt die meneer Boland aangepakt. Ik heb natuurlijk mijn middelvinger naar hem opgestoken. Reken maar dat hij dat heeft gevoeld.’

Het heeft gedaverd in het Kremlin, dat weet hij zeker, al kan Hans Boland (1951) niet bewijzen dat Poetin persoonlijk achter de haatcampagne zat die hem in het najaar van 2014 ten deel viel. ‘Je wéét dat soort dingen.’ Op 4 november 2014 werd Boland – slavist, vertaler Russisch, schrijver – in Moskou ten paleize verwacht. Hij zou uit handen van het Russische staatshoofd de Medaille van Poesjkin in ontvangst mogen nemen. Enig onderzoek leerde hem dat deze culturele onderscheiding alleen de groten ten deel valt. Maar Boland weigerde. Geen haar op zijn hoofd die eraan dacht zich met zijn partner te vervoegen bij die ‘genocidale platworm’ in het Kremlin. Oprechte spijt heeft hij alleen voor de Russische cultureel attaché in Nederland, ‘een zeer beschaafd man’, die hem op de hoogte stelde van de jurykeuze. Kort na zijn weigering werd Boland in de Russische staatsmedia afgeschilderd als pedofiel – de ‘wraak van Moskou’ vanwege zijn partner die 19 jaar jonger is.

Er is een prettig bijverschijnsel: door Poetin te schofferen heeft Boland in Oekraïne een heldenstatus verworven. ‘Ze twitteren zich suf over mij. Ik ben via Skype zelfs op de Oekraïense tv geweest. Mijn boek over Rusland uit 2007, ‘Mijn Russische ziel’ genaamd, wordt nu vertaald in het Oekraïens.’

‘Springerig als een vlindertje’

Kort voor zijn eindexamen middelbare school in 1968 zoog Dostojevski hem met Misdaad en Straf de Russische literatuur in, een liefde voor het leven. Poesjkin kwam later. ‘Het is een groot woord, maar ik kan zeggen dat ik me verwant voel met Poesjkin, een ontzettend on-Russische Rus. Poesjkin is een rasdemocraat, individualistisch ook. Het woord vrijheid komt vaker voor in zijn poëzie dan het woord liefde.’ Karel van het Reve, kleurrijk slavist en broer van, noemde Poesjkin niet voor niets een verdwaalde Europeaan in Rusland.

Zet Poesjkin eens naast een Dostojevski, een Toergenjev, een Tsjechov: ‘Die vormen één grote zee van wodka, weemoed en grofheid, viezigheid, donkerte enzovoorts. Poesjkin is springerig als een vlindertje. Zijn taal is het mooiste Russisch dat ooit is geschreven. Daarom zijn Russen nog altijd door hem gefascineerd. Ze leren praten met die taal in een geest die zij eigenlijk zouden willen hebben. Russen zouden zo graag Europeaan willen zijn, maar ze zijn het tegendeel. Alles wat slecht is aan Europa, hebben ze overgenomen.’

Als docent Nederlands aan de universiteit van Sint-Petersburg zag hij in de jaren negentig, de jaren van Gorbatsjov en Jeltsin, hoe de glasnost een nieuw vrijheidsgevoel losmaakte. Overal verrezen bronzen standbeelden van Alexander Nevski, de grootvorst, en van tsaar Nicolaas. ‘Ik zei dan: waarom wéér een beeld van Nicolaas? Waarom beginnen jullie niet met schone plees op het station of in je eigen huis? Ze vonden het een raar idee dat schone wc’s veel prettiger zijn dan het zoveelste standbeeld van Nicolaas.’

Hij ziet een patroon in het gedrag van de Russen. Eerst de tsaren, toen het communisme ‘en nu lopen ze wéér achter zo’n man aan die de Krim inpikt, ruzie gaat maken, in Tsjetjenië oorlog gaat voeren; altijd hetzelfde met Rusland. Al eeuwenlang voeren ze overal oorlog zodat ze de problematiek van binnenshuis daarop kunnen afwentelen. Dan kunnen ze de Tsjetsjenen overal de schuld van geven, of de Oekraïeners of de Finnen, of wie dan ook.’ De belangrijkste bijdrage van de Russen aan de wereldgeschiedenis is kortom ‘voornamelijk oorlog, bloed, geweld, honger, uitbuiting, allemaal hele nare dingen’. Het was Poesjkin, de anti-autoritaire, een gruwel.

Wat opvalt: Boland schakelt over naar de tegenwoordige tijd als Poesjkin ter sprake komt. ‘Poesjkin is een ontzettend grappig kereltje.’ De schrijfster Lisette Lewin noemde Boland ooit de vertegenwoordiger van Poesjkin op aarde. Een eretitel. Boeren, Joden, zigeuners, Tsjetsjenen en andere verworpenen: Poesjkin omarmde ze. Een scherper contrast met Poetin bestaat niet: ‘Die zegt tegen de buitenlandse pers dat hij tegen de anti-homowet is, maar intussen vindt hij het best. Tegen zijn eigen volk heeft hij het over zwartkonten als hij Kaukasiërs bedoelt. Hij zegt dat ze alle Tsjetsjenen door de plee moeten trekken.

‘Russen zijn echt niet dommer of slechter dan wij, alleen weten ze helemaal niks, de meesten hebben alleen staatsmedia, geen BBC of CNN. Ze kúnnen het wel weten, maar daar moeten ze heel veel moeite voor doen en dat doen ze liever niet.’ De Russische beer, schreef hij in Mijn Russische ziel, is geen gemoedelijke Winnie the Pooh. ‘Russen zijn echte beren: grommerig maar warm, niet dom maar liever lui, en zoet als bijenhoning.’

Een vriend noemde hem eens een stuk wrakhout dat uiteindelijk zou aanspoelen op Java. Misschien dat het daarom 52 jaar zou duren voordat hij op zoek ging naar zijn privé-tempo doeloe. De reis naar het land van zijn jeugd mocht geen vluchtige vakantie worden. ‘Ik wilde de tijd hebben om te blijven zolang ik wilde, zonder terug naar Nederland te hoeven voor allerlei verplichtingen. Het is inderdaad zo gelopen dat ik ben blijven plakken, voorlopig althans.’

Calvinistische opvoeding

Hans Boland komt ter wereld aan de djalan Djamboe nummer 53 te Jakarta en woont de eerste acht jaar van zijn leven op Java. Kind van een Nederlands Hervormde zendeling die niet in God maar des te meer in het socialisme geloofde. Vader was een goede vriend van Joop den Uyl en Jan Pronk, die generatie. ‘Hij had islamologie gestudeerd en ging bij de zending om naar Indonesië te kunnen. Zieltjes winnen deed hij niet. Mijn moeder was ooit een vrome vrouw, maar ze overleed als ongelovige. Ze was daar trots op.’

Wat beklijft is een calvinistische opvoeding waarin leugens en huichelarij uit den boze zijn, en principes heilig.

In 1959 keert het gezin Boland terug naar Nederland, Hans is 8. Hij weet niet beter of ze zouden na een halfjaar teruggaan naar huis, naar de pisangbomen, de kikker- en de krekelkoren en de razende regen op het afdak van de werandah. Het gezin krijgt onderdak in het Zendingshuis te Oegstgeest, waar vader na enige tijd wordt ontslagen vanwege zijn kritiek op de zieltjeswinnerij. Een terugweg is er niet, al blijft het onstilbare verlangen om op blote kakkies door de bergen te lopen. Komkommer blijft altijd ketimoen. ‘Indonesië was gewoon. Holland was raar. Raar was soms ook best leuk, maar gewoon was fijner’, schrijft hij in ‘De zachte held’.

Na de middelbare school mag hij een tijdje de hippie uithangen voor hij begint aan een universitaire studie. Het is 1968, niet verwonderlijk dat hij bij de provo’s en de PSP terechtkomt, vrije jaren waaraan hij een zoon overhoudt die hij grotendeels in zijn eentje opvoedt. Hij woont in Spanje en Griekenland. In de jaren negentig, slavist inmiddels, strijkt hij zes jaar neer in het Rusland van Gorbatsjov en Jeltsin.

Pas in 2011 vertrekt Boland voor een lange reis naar zijn geboorteland met een haast rituele toewijding: per schip, zoals hij het land ook heeft verlaten. Een van zijn broers is al eerder vertrokken om er een eigen sekte te beginnen. ‘Een lieve jongen, maar volslagen dol.’ Dat hij, de tijger, in Indonesië zijn kantjil, zijn aaibare dwerghertje, zou ontmoeten komt als een verrassing. De kantjil en de tijger zijn onlosmakelijk verbonden in een oude Indische fabel, ondanks hun verschillen.

Kaarten bestellen

Dit artikel delen: