Meer informatie – Februari

Alexander Warenberg (cello) en Giuseppe Guarrera (piano)

Beethovenjaar 2020 – cellosonates van Beethoven en Brahms

 

Datum: 16 februari 2020

Aanvang: 14.30 uur (deuren van de zaal gaan om 14.00 uur open)

Locatie: De Schutse, Uithoorn

Alexander Warenberg veroverde een imposante reeks prijzen en won o.a. het Nationaal Celloconcours 2016. Hij studeert in Berlijn, maar is ook zeer actief op de internationale podia. Op 20 maart staat hij in de serie Jonge Nederlanders in het Concertgebouw te Amsterdam. In 2020 is het 250 jaar geleden dat Beethoven geboren werd. Alexander en zijn begeleider spelen daarom een vroege en een late cellosonate van deze componist. Ook Brahms is van de partij, hij had een grote bewondering voor Beethoven.

PROGRAMMA

* Beethoven (1770 – 1827): Sonate voor piano en cello in g.kl.t. opus 5 nr. 2 (1795/96)

I – Adagio sostenuto ed espressivo

II – Allegro molto più tosto presto

III – Rondo: Allegro

* Beethoven (1770 – 1827): Sonate voor piano en cello in D.gr.t. opus 102 nr. 2 (1815)

I – Allegro con brio

II – Adagio con molto sentimento d’affetto

III – Allegro fugato

 

PAUZE

 

* Brahms (1833 – 1897): Sonate voor piano en cello in e.kl.t. opus 38

I – Allegro non troppo

II – Allegretto quasi  Menuetto

III – Allegro

 

TOELICHTING

(Beethoven). 1792 is een magisch jaartal in de historie van de stad Wenen. Vanuit Bonn arriveert een jong talent van nog maar 22 jaar: Ludwig van Beethoven. ‘Misschien is hij in staat de enorme leegte na de dood van Mozart vorig jaar op te vullen’, denken sommigen. Maar uit getuigenverslagen van Beethovens eerste optredens weten we dat hij bij het Weense publiek gemengde gevoelens oproept. Bewondering vanwege het nieuwe geluid en de fabuleuze improvisaties, maar verbazing om het onbeteugelde en zelfs drammerige karakter van zijn werken. Nee, de meeste Weners begrijpen deze nieuwe muziek niet. Te brutaal, te eigengereid, te onrustig, te opdringerig. ‘Het valt niet te ontkennen, deze heer gaat zijn eigen weg. Maar wat is dat voor een bizarre en moeizame weg! Geen enkele melodie, alles klinkt weerbarstig. Steeds maar weer een zoeken naar zeldzame modulaties, akelige verbindingen en een opeenhoping van moeilijkheden, zodat men alle geduld en vreugde kwijtraakt’, aldus een recensent. Beethoven antwoordt droog: ‘Ze begrijpen niets’. Zijn tijd komt nog wel.

Het spreekt voor zich dat Beethoven gretig nieuwe terreinen betreedt. Zo ook met zijn sonates voor cello en piano. Bij zijn tien sonates voor viool en piano kon hij terugblikken op een gevestigde traditie, en de viool was volkomen gangbaar als virtuozeninstrument. Een dergelijke rol had de cello eind 18de eeuw inmiddels ook verworven dankzij hemelbestormende cellisten als Duport, Bréval, Boccherini en Kraft. Beethoven is 26 jaar als hij in 1796 zijn Sonates voor cello en piano opus 5 aan de Pruisische koning Friedrich Wilhelm II opdraagt. Zeven jaar eerder was Mozart bij de vorst op bezoek geweest in Potsdam.

Beethoven permitteert zich een grote vrijheid bij de opzet van de stukken. Zo bijvoorbeeld in de Sonate in g opus 5 nr. 2, die tijdens dit concert uitgevoerd wordt. Een wijdlopig Adagio leidt hier langzaam een snel deel in, waarna een ander snel deel het stuk afsluit. Vanaf het eerste begin is duidelijk dat Beethoven dramatische plannen heeft met deze sonate. Toon en sfeer zijn duister, zoekend en onheilspellend. Cello en piano voeren een dialoog van niveau alsof ze een complete symfonie in petto hebben. En die ‘symfonie’ gaat over een schaduwwereld. Pas in het slotdeel wordt het weer enigszins dag en lijken de nachtelijke muizenissen vergeten. Er is een fraai evenwicht tussen de instrumenten. De piano blijft het voor Beethoven typische virtuozeninstrument, maar zonder de cello te beknotten en weg te drukken in een nederige begeleidingsrol.

Tussen de Sonates opus 102 (1815) en opus 5 gaapt een wereld van verschil. Er zijn zo’n twintig jaar verstreken en Beethoven is halverwege de veertig. De Sonates zijn verbonden met de herinnering aan Beethovens dierbare vriendin, de muziekfanate gravin Marie Erdödy, aan wie Beethoven in Wenen veel kamermuziekwerken voorspeelt en enkele opdraagt, zoals deze. Van een van die optredens (in 1808) is de componist Reichardt getuige: ‘De lieve zieke gravin, zo ontroerend opgewekt, en een van haar vriendinnen, ook een Hongaarse dame, genoten met zo’n enthousiasme van elk fraai detail en iedere geslaagde wending, dat die aanblik mij net zo goed deed als Beethovens meesterlijke werk en uitvoering. Gelukkig de kunstenaar die kan rekenen op zulke luisteraars’. (Clemens Romijn).

De Sonates opus 102 – Alexander en Giuseppe spelen de tweede – lijken in een zeer compacte stijl geschreven, alsof Beethoven geen woord teveel wil zeggen. Carl Czerny, de beroemde en geliefde pianist en student van Beethoven, schrijft bij het laatste deel (allegro fugato) van deze sonate: ‘Lebhaft, grossartig, kräftig und entschieden; staccato, nicht übereilt (Takt = 63, Sic!)’.

(Brahms). Johannes Brahms componeert in de loop van veertig jaar 24 bijzondere kamermuziekwerken, variërend van duo tot sextet, en alle geschreven met schijnbaar gemak. Hij is 32 als hij in 1865 zijn Eerste Cellosonate opus 38 schrijft. Zoals andere grote kamermuziekwerken uit dezelfde tijd, zoals het Strijksextet in G of het Hoorntrio, lijkt ook deze Cellosonate te zijn geïnspireerd door het prachtige boslandschap van het Zwitserse Baden. De sonate telt drie delen in plaats van de gebruikelijke vier. Brahms heeft kennelijk afgezien van een langzaam middendeel.

Het uitgebreide eerste deel is matig van tempo en is geschreven in sonatevorm met drie niet sterk verschillende thema’s. De elegische en donkere stemming zoals die klinkt in de prachtige cellomelodie van het begin blijft grotendeels bewaard. Pas aan het einde lijkt een flets herfstzonnetje door te breken…  Het tweede deel begint en eindigt met een sierlijk intermezzo-achtig menuet dat archaïsch aandoet. Het is een fraai voorbeeld van Brahms’ muzikale credo: barokke en classicistische vormen vullen met een romantische inhoud. Het gebruikelijke trio na het menuet is heel anders van karakter: het is expressief en herinnert aan de stijl van Schumann. De sonate eindigt met een strenge, weerbarstige en nurkse fuga. Het hoofdthema komt vrijwel overeen met het thema van de 16de en de 17de fuga uit Bachs Kunst der Fuge, weer een van Brahms’ muzikale eerbetonen aan het barokke erfgoed. Dit hoofdthema en zijn drie tegenthema’s vormen een soms zeer gecompliceerd meerstemmig vlechtwerk dat uitvoerenden voor een heikele opgave stelt. (Clemens Romijn).

Cellist Pieter Wispelwey zegt het volgende over deze sonate: “De ‘jonge’ Brahms laat het eerste deel van zijn sonate in sobere stijl wandelen, met geduld toewerken naar climaxen en in grootse stijl en wijsheid uitzingen. Een coda als een levensavond. Het mild knipogende, quasi anachronistische menuet en de fugafinale delen liefde, respect en passie voor het verleden. Het gaat te ver te spreken van een ‘academische’ touch, maar het is toch verrassend dat het moet komen uit de pen van de ‘jonge’ Brahms”.

 

BIOGRAFIEËN

Alexander Warenberg (1998) is geboren in Voorburg en komt uit een muzikale familie. Sinds zijn vijfde jaar speelt hij cello en krijgt hij de eerste lessen van zijn oom. Vanaf zijn achtste tot zijn achttiende jaar krijgt hij les van Monique Bartels aan het Conservatorium van Amsterdam. Vanaf 2016 tot 2019 studeert Alexander bij Frans Helmerson aan de Barenboim-Said Akademie in Berlijn.
Sinds 2019 studeert hij aan de Kronberg Academy bij Frans Helmerson

In oktober 2016 wint Alexander de eerste prijs en de publieksprijs op het concours van de Cello Biënnale in Amsterdam. Daarnaast is hij eersteprijswinnaar van het internationale celloconcours Antonio Janigro in Kroatië en wint hij eerste prijzen op het Britten cello concours, het nationaal concours van de Stichting Jong Muziektalent en het Prinses Christina Concours.

Alexander treedt zowel solistisch als in kamermuziekverband op. Als solist speelt hij met orkesten in binnen- en buitenland. Hij treedt verschillende keren op in het Concertgebouw in Amsterdam en is meerdere malen te zien op Nederlandse televisie en te horen op de radio. In kamermuziekverband treedt hij o.a. op met Menahem Pressler, Denis Kozhukhin, Gil Sharon, Paolo Giacometti, Lucas Jussen. Sinds 2017 speelt Alexander in Het Amsterdam Piano Trio samen met Yang Yang Cai (piano) and Shin Sihan (viool).

In de zomer 2017 neemt Alexander deel aan het prestigieuze Verbier Festival Academy. Ook heeft hij gespeeld op verschillende festivals zoals het Internationale Kamermuziekfestival in Utrecht, het Grachtenfestival in Amsterdam, het Festival Bad Ragaz in Zwitserland, de Cello Biënnale in Amsterdam, Chamber Music Festival Amsterdam, Delft Chamber Music Festival, Festival Wonderfeel en CelloFest in Finland. In 2016 is aan Alexander op het Grachtenfestival in Amsterdam, de Bunschoten Jonger Talent Prijs toegekend.

Alexander ontvangt een studiebeurs van de VandenEndeFoundation. Daarnaast kreeg hij ook een beurs van de International Music Academy Liechtenstein. Daarmee kan Alexander masterclasses volgen bij gerenommeerde musici zoals Professor Wolfgang Emanuel Schmidt en Jens-Peter Maintz.

Alexander speelt op een Jean Baptiste Vuillaume uit 1845 die ter beschikking is gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.

Website: www.alexanderwarenberg.com

Giuseppe Guarrera – pianist. In 2017 Giuseppe won 2nd Prize at the Montréal International Competition along with five other awards including the People’s Choice.

Born in Sicily, Giuseppe completed his studies in 2018 at the Barenboim-Said Academy in Berlin with Nelson Goerner. In the same year he won a Tabor Foundation Award at the Verbier Festival Academy, received a prestigious Klavier Ruhr Festival scholarship, and was selected by Young Classical Artists Trust (YCAT).

 

Solo highlights include appearances with the Royal Liverpool Philharmonic (conducted by Vasily Petrenko), the Royal Philharmonic, Orchestre Symphonique de Montréal (conducted by Claus Peter Flor) and the Orchestra del Teatro la Fenice. In 2017 he premiered a concerto by Benjamin Attahir with the Pierre Boulez Ensemble conducted by Daniel Barenboim in the opening concert of the Boulez Saal.

 

Giuseppe has performed at major venues including the Auditorio Sony in Madrid, Luis Vuitton Foundation in Paris, Giuseppe Verdi Theatre in Trieste and Maison Symphonique de Montréal.

Future engagements include recitals at Wigmore Hall, Klavier Ruhr Festival and the Boulez Saal, and performances of concertos by Saint-Saëns and Beethoven in the UK, Italy and Germany.

 

Prior to joining the Barenboim-Said Academy, Giuseppe studied in Italy with Siavush Gadjiev and Giuseppe Cultrera, and in Berlin with Eldar Neblosin at the Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ graduating with a Masters in 2016.

 

Since October 2017 Giuseppe Guarrera is teaching piano as assistant of Prof. Nelson Goerner at the Barenboim-Said Akademie.

 

Website: www.giuseppeguarrera.com