Datum: 16 Februari 2020
Aanvang: 14.30 uur (de deuren van de zaal gaan om 14.00 uur open)
Locatie: De Schutse, Uithoorn

Alexander Warenberg (cello) en Nikola Meeuwsen (piano)

Beethovenjaar 2020 – cellosonates van Beethoven, Brahms, Debussy en Prokofjev

Alexander Warenberg veroverde een imposante reeks prijzen en won o.a. het Nationaal Celloconcours 2016. Hij studeert in Berlijn, maar is ook zeer actief op de internationale podia. Op 20 maart staat hij in de serie Jonge Nederlanders in het Concertgebouw te Amsterdam. In 2020 is het 250 jaar geleden dat Beethoven geboren werd. Alexander en zijn jonge, muzikale neef Nikola Meeuwsen (2002!) spelen daarom een variatiewerk van deze componist. Ook Brahms is van de partij, hij had een grote bewondering voor Beethoven. En verder Debussy en Prokofjev: met recht een afwisselend programma!

Alexander Warenberg. Foto: Marco Borggreve

PROGRAMMA

* Beethoven (1770 – 1827):

Twaalf variaties in F.gr.t. opus 66 (1797-98) op ‘Ein Mädchen oder Weibchen’ uit ‘Die Zauberflöte’ van Mozart

* Brahms (1833 – 1897): Sonate voor piano en cello in e.kl.t. opus 38 (1865)

I – Allegro non troppo

II – Allegretto quasi  Menuetto

III – Allegro

PAUZE

* Debussy (1862 – 1918): Sonate voor cello en piano in d.kl.t. L 135 (1915)

I – Prologue

II – Sérénade

III – Finale

* Prokofjev (1891 – 1953): Sonate voor cello en piano in C.gr.t. opus 119 (1949)

I –Andante grave

II – Moderato

III – Allegro ma non troppo

TOELICHTINGEN

Beethoven

1792 is een magisch jaartal in de historie van de stad Wenen. Vanuit Bonn arriveert een jong talent van nog maar 22 jaar: Ludwig van Beethoven. ‘Misschien is hij in staat de enorme leegte na de dood van Mozart vorig jaar op te vullen’, denken sommigen. Maar uit getuigenverslagen van Beethovens eerste optredens weten we dat hij bij het Weense publiek gemengde gevoelens oproept. Bewondering vanwege het nieuwe geluid en de fabuleuze improvisaties, maar verbazing om het onbeteugelde en zelfs drammerige karakter van zijn werken. Nee, de meeste Weners begrijpen deze nieuwe muziek niet. Te brutaal, te eigengereid, te onrustig, te opdringerig. ‘Het valt niet te ontkennen, deze heer gaat zijn eigen weg. Maar wat is dat voor een bizarre en moeizame weg! Geen enkele melodie, alles klinkt weerbarstig. Steeds maar weer een zoeken naar zeldzame modulaties, akelige verbindingen en een opeenhoping van moeilijkheden, zodat men alle geduld en vreugde kwijtraakt’, aldus een recensent. Beethoven antwoordt droog: ‘Ze begrijpen niets’. Zijn tijd komt nog wel.

Naast vijf cellosonates heeft Beethoven nog drie reeksen variaties voor cello en piano nagelaten, namelijk de Variaties over een thema uit Händels Judas Maccabeus, de Variaties over ‘Bei Männern welche Liebe fühlen’ en de Variaties over ‘Ein Mädchen oder Weibchen’. De thema’s van de twee laatste zijn ontleend aan Mozarts Die Zauberflöte, de opera uit Mozarts laatste levensjaar. Toen Beethoven zijn Variaties over Ein Mädchen oder Weibchen schreef (in 1797) was de opera nog maar zes jaar oud. Net als bij de andere variatiereeksen zijn de variaties afwisselend virtuoos en lyrisch en zijn sommige ongekend geconcentreerd. De eerste is voor piano solo. Sommige zijn gebaseerd op slechts een brokje van het hele thema, andere zijn weer meer sfeervariatie of exploiteren effecten als staccato (gestoten tonen), syncopen (ritme tegen de vaste maat in). Variaties 10 en 11 vormen met hun langzame tempo zelfs een luxe oase van rust, zo vlak voor het zwierige slot.

(Tekst: Clemens Romijn)

Brahms

Johannes Brahms componeert in de loop van veertig jaar 24 bijzondere kamermuziekwerken, variërend van duo tot sextet, en alle geschreven met schijnbaar gemak. Hij is 32 als hij in 1865 zijn Eerste Cellosonate opus 38 schrijft. Zoals andere grote kamermuziekwerken uit dezelfde tijd, zoals het Strijksextet in G of het Hoorntrio, lijkt ook deze Cellosonate te zijn geïnspireerd door het prachtige boslandschap van het Zwitserse Baden. De sonate telt drie delen in plaats van de gebruikelijke vier. Brahms heeft kennelijk afgezien van een langzaam middendeel.

Het uitgebreide eerste deel is matig van tempo en is geschreven in sonatevorm met drie niet sterk verschillende thema’s. De elegische en donkere stemming zoals die klinkt in de prachtige cellomelodie van het begin blijft grotendeels bewaard. Pas aan het einde lijkt een flets herfstzonnetje door te breken…  Het tweede deel begint en eindigt met een sierlijk intermezzo-achtig menuet dat archaïsch aandoet. Het is een fraai voorbeeld van Brahms’ muzikale credo: barokke en classicistische vormen vullen met een romantische inhoud. Het gebruikelijke trio na het menuet is heel anders van karakter: het is expressief en herinnert aan de stijl van Schumann. De sonate eindigt met een strenge, weerbarstige en nurkse fuga. Het hoofdthema komt vrijwel overeen met het thema van de 16de en de 17de fuga uit Bachs Kunst der Fuge, weer een van Brahms’ muzikale eerbetonen aan het barokke erfgoed. Dit hoofdthema en zijn drie tegenthema’s vormen een soms zeer gecompliceerd meerstemmig vlechtwerk dat uitvoerenden voor een heikele opgave stelt. (Tekst: Clemens Romijn)

Cellist Pieter Wispelwey zegt het volgende over deze sonate: “De ‘jonge’ Brahms laat het eerste deel van zijn sonate in sobere stijl wandelen, met geduld toewerken naar climaxen en in grootse stijl en wijsheid uitzingen. Een coda als een levensavond. Het mild knipogende, quasi anachronistische menuet en de fugafinale delen liefde, respect en passie voor het verleden. Het gaat te ver te spreken van een ‘academische’ touch, maar het is toch verrassend dat het moet komen uit de pen van de ‘jonge’ Brahms”.

Debussy

De sonate voor cello en piano (L 135) is een van zijn latere werken. De sonate werd in 1915 gecomponeerd. De sonate was het eerste deel uit een geplande serie van zes sonates voor verschillende instrumenten waar Debussy er maar drie van componeerde. De sonate wordt geroemd om zijn beknoptheid: hij heeft een duur van ongeveer tien minuten.

De sonate is opgebouwd uit drie delen:

  1. Prologue: Lent, sostenuto e molto risoluto
  2. Sérénade: Modérément animé
  3. Final: Animé, léger et nerveux

De laatste twee delen worden samengevoegd door een attacca. Debussy liet zich voor het schrijven van de sonate beïnvloeden door de muziek van François Couperin. In de sonate komen hele toons-toonladders  en pentatonische toonladders voor, wat door Debussy vaak werd gebruikt. De sonate vergt een technische gevorderdheid door het gebruik van bijvoorbeeld pizzicato met de linkerhand en het spelen van spiccato. (Tekst: Wikipedia)

Prokofjev

Cellist Pieter Wispelwey vergelijkt deze sonate van Prokofjev met een Rolls Royce op het Russische platteland. “Het stuk kenmerkt zich door de ‘glamourous’ cellopartij waarin een grandioze toon en uiterst expressief spel wordt gevraagd, terwijl de piano vooral een heel spectrum aan instrumenten imiteert, van klokken, cymbalom en xylofoon tot een strijkorkest en een hele batterij soloblazers: coloristisch, grillig en onpianistisch. De verteltrant is met name in het eerste deel episch en het geheel heeft iets symfonisch, veelal gekruid met een gezonde dosis rustieke banaliteit. De laatste twee delen zitten vol entertainment: sensuele melodieën, scenes van extase en wellust worden afgewisseld met opzwepende muziek, koketterie, robuuste of juist pikante humor. De gebaren zijn vermakelijk groot, soms op het karikaturale af. Een choreografie ligt voor de hand. Een Balanchine had er waarschijnlijk wel raad mee geweten”.

Vóór de Oktoberrevolutie van 1918 was Prokofjev het enfant terrible van de Russische muziek geweest. Zijn spitse, granieten aanslag en de voor die tijd ijzingwekkende samenklanken leidden steevast tot heftige polemieken. In 1933 keerde hij na een vrijwillige ballingschap van vijftien jaar uit heimwee terug naar zijn vaderland, maar belandde in de ergste nachtmerrie. Nu eens werd hij beticht van ‘Westerse barbarismen’, dan weer sleepte hij staatsprijzen in de wacht met bombastische Sovjetmuziek. Hij bekeerde zich tot wat hij noemde de ‘Nieuwe Eenvoud’, met werken als het Tweede Vioolconcert en de balletmuziek Romeo en Julia. Die sloten goed aan bij de muzikale ideologie van toegankelijkheid van het Sovjetregime, maar waren tegelijk een terugkeer naar Prokofjevs vroegste romantische jeugdmuziek. De bange componist had zijn huid gered en was Stalins brave zoon geworden. Maar had hij ook zijn ziel gered? Prokofjev overleed in 1953 enkele uren na Stalin. De culturele dooi en ontspanning in het Rusland van Chroetsjov heeft hij niet meer meegemaakt. Temidden van oorlog en staatsterreur bleef één ding van onschatbare waarde in Prokofjevs leven: vriendschap. Aan zijn goede vriend Mstislav Rostropovitsj is namelijk het ontstaan van de Sonate voor cello en piano opus 119 te danken. De twee leerden elkaar kennen in de tijd van de tweede grote Inquisitie in 1948, waarin Rostropovitsj het voor Prokofjev opnam. Maar achterdocht en angst voor reprimandes heeft Prokofjev vakkundig buiten deze sonate weten te houden, want de sfeer is lyrisch romantisch en hier en daar zelfs doortrokken van de geestigheid van Haydn, Prokofjevs favoriete componist. Op de laatste bladzijden klinkt de echo van Moessorgski’s machtige Schilderijententoonstelling door.                                                            (Tekst: Clemens Romijn)

 

BIOGRAFIEËN

 

Alexander Warenberg. Foto: Marco Borggreve

Alexander Warenberg (1998) is geboren in Voorburg en komt uit een muzikale familie. Sinds zijn vijfde jaar speelt hij cello en krijgt hij de eerste lessen van zijn oom. Vanaf zijn achtste tot zijn achttiende jaar krijgt hij les van Monique Bartels aan het Conservatorium van Amsterdam. Vanaf 2016 tot 2019 studeert Alexander bij Frans Helmerson aan de Barenboim-Said Akademie in Berlijn.
Sinds 2019 studeert hij aan de Kronberg Academy bij Frans Helmerson

In oktober 2016 wint Alexander de eerste prijs en de publieksprijs op het concours van de Cello Biënnale in Amsterdam. Daarnaast is hij eersteprijswinnaar van het internationale celloconcours Antonio Janigro in Kroatië en wint hij eerste prijzen op het Britten cello concours, het nationaal concours van de Stichting Jong Muziektalent en het Prinses Christina Concours.

Alexander treedt zowel solistisch als in kamermuziekverband op. Als solist speelt hij met orkesten in binnen- en buitenland. Hij treedt verschillende keren op in het Concertgebouw in Amsterdam en is meerdere malen te zien op Nederlandse televisie en te horen op de radio. In kamermuziekverband treedt hij o.a. op met Menahem Pressler, Denis Kozhukhin, Gil Sharon, Paolo Giacometti, Lucas Jussen. Sinds 2017 speelt Alexander in Het Amsterdam Piano Trio samen met Yang Yang Cai (piano) and Shin Sihan (viool).

In de zomer 2017 neemt Alexander deel aan het prestigieuze Verbier Festival Academy. Ook heeft hij gespeeld op verschillende festivals zoals het Internationale Kamermuziekfestival in Utrecht, het Grachtenfestival in Amsterdam, het Festival Bad Ragaz in Zwitserland, de Cello Biënnale in Amsterdam, Chamber Music Festival Amsterdam, Delft Chamber Music Festival, Festival Wonderfeel en CelloFest in Finland. In 2016 is aan Alexander op het Grachtenfestival in Amsterdam, de Bunschoten Jonger Talent Prijs toegekend.

Alexander ontvangt een studiebeurs van de VandenEndeFoundation. Daarnaast kreeg hij ook een beurs van de International Music Academy Liechtenstein. Daarmee kan Alexander masterclasses volgen bij gerenommeerde musici zoals Professor Wolfgang Emanuel Schmidt en Jens-Peter Maintz.

Alexander speelt op een Jean Baptiste Vuillaume uit 1845 die ter beschikking is gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.

Website: www.alexanderwarenberg.com

 

Nikola Meeuwsen. Foto: Ronald Knapp

Nikola Meeuwsen (2002) profileert zich als één van de opvallendste jonge pianotalenten in Nederland. Het Concertgebouw heeft hem de Concertgebouw Young Talent Award 2019 toegekend. De NRC noemde hem een talent om in de gaten te houden. In 2014 won hij het Koninklijk Concertgebouw Concours, en in 2012 het Steinway Concours.

Nikola Meeuwsen geeft concerten in binnen- en buitenland.

Hij trad onlangs op met het Residentie Orkest in de Grote Zaal van het Concertgebouw. Hij gaf solorecitals in Milaan, Bologna, Triëst, Faro en Imola. Kamermuziek speelde hij met het Matangi Kwartet, de violist Alexander Kerr en altviolist Vladimir Mendelssohn. Een pianoduo vormde hij met Igor Roma, Anna Fedorova en Thomas Beijer.

In festivals is Nikola Meeuwsen een graag geziene gast. Hij speelde in het Storioni Festival, het Kamermuziekfestival Schiermonnikoog, het Internationaal Kamermuziekfestival Ede, Festival Classique en in het nieuwe Haagse festival Classical NOW!

Nikola Meeuwsen studeert bij Marlies van Gent en Enrico Pace aan de prestigieuze Accademia Pianistica di Imola. Masterclasses volgde Nikola bij Jacques Rouvier, Pavel Gililov, Matti Raekallio, Ruth Nye, Edith Fischer, Jerome Rose en Dominique Merlet.

Horowitz, Schnabel, Sofronitsky, Cziffra, Rubinstein, Lipatti, Sokolov, Pogorelich, Volodos en Gould zijn de pianisten waar hij het liefst naar luistert. Nadat hij het derde pianoconcert van Rachmaninov met Vladimir Horowitz hoorde, wist Nikola dat hij pianist wilde worden.

Website: www.nikolameeuwsen.com

Nikola Meeuwsen. Foto: Ronald Knapp

Kaarten bestellen

Dit artikel delen: